Patiëntenstromen Noord-Holland en Flevoland

Sinds 2015 brengen wij jaarlijks in beeld hoeveel mensen er in de spoedzorg terecht komen. Dit doen we door bij alle spoedeisende hulpen (SEH’s), huisartsenposten (HAP’s) en ambulancediensten (RAV’s) op te vragen hoeveel patiënten zij de afgelopen jaren hebben gezien. Dit geeft een beeld waar de aantallen toenemen of afnemen, van de zorgzwaarte en van de leeftijd.

Verandering in aanbod patiënten
In 2016 zijn het aantal bezoeken op de SEH minder dan in 2013. Ten opzichte van 2015 zijn de aantallen echter juist weer iets toegenomen. Over Noord-Holland en Flevoland is er een flinke spreiding in toename of afname van patiënten op de SEH. Zo is het aanbod op de SEH’s in Kennemerland met 16% afgenomen, terwijl het aanbod in Noord-Holland Noord juist met 5% is toegenomen. Opvallend is dat juist de veiligheidsregio’s met relatief de meeste stops een afname zien in het aantal patiënten.
De HAP’s in Noord-Holland en Flevoland zagen hun aantallen patiënten met gemiddeld 16% stijgen. Flevoland zag de minste toename nl. 5%; in Amsterdam steeg het bezoekersaantal met ruim 18%.
Het aantal ambulanceritten is sinds 2013 met gemiddeld 16% toegenomen. De kleinste stijging was te zien in Noord-Holland Noord met 10% toename; in Amsterdam was de toename 20%.

Ontwikkeling in leeftijd en urgentie
Waar op de SEH’s het percentage patiënten ouder dan 75 jaar een paar procent is toegenomen (van 13% naar 16%), bleef deze groep ongeveer gelijk bij de RAV’s en op de HAP’s (respectievelijk 29% en 13%). Zowel in de ziekenhuizen als bij de HAP’s neemt het aandeel patiënten met een hogere urgentieklasse toe, en neemt het aandeel patiënten met een lagere urgentieklasse juist af. Dit zorgt ervoor dat zorgverleners gemiddeld meer tijd nodig hebben per patiënt.
Ook bij de ambulancedienst is een verschuiving in de urgentie van ritten. Waar het aantal A1 en A2 ritten toeneemt, neemt het aantal B-ritten juist (licht) af.

Instroom en uitstroom SEH
Op de SEH heeft er in de afgelopen vier jaar een verschuiving plaatsgevonden van hoe patiënten op de SEH terecht komen. Waar in 2013 nog bijna de helft van de bezoekers zelfverwijzer was, was dat in 2016 nog maar ruim 30%. Alle andere vormen van verwijzing zijn juist toegenomen. Dit zijn verwijzingen via de huisarts of HAP, via de ambulance of bijvoorbeeld via een medisch specialist.
Na een bezoek op de SEH gaan de afgelopen jaren minder mensen naar huis (van 65% naar 60%) en worden er meer opgenomen in het ziekenhuis. Dit ligt ook in lijn der verwachting in relatie tot de toegenomen zorgzwaarte.

Klik hier voor het jaarrapport 2013-2016

Deel deze pagina