Terugblik thema-avond Reanimatie ECMO en eCPR – 19 november 2019

eCPR komt onze kant op en daar is de hele keten voor nodig! Met deze woorden opent dagvoorzitter Alexander Vlaar de thema-avond ‘Reanimatie: ECMO en eCPR’, georganiseerd in samenwerking met SpoedZorgNet op dinsdag 19 november 2019. 

Reanimatie – actuele stand van zaken
Hans van Schuppen, anesthesioloog in Amsterdam UMC, neemt het woord en stelt het publiek gerust: we doen het goed in Nederland. In 84% van de gevallen wordt gestart met Basic Life Support (BLS) voordat de ambulance arriveert. Daarnaast zijn de overlevingskansen bij een hartstilstand buiten het ziekenhuis de afgelopen decennia flink gestegen tot 20-25% en is de kwaliteit van leven na een reanimatie vaak goed. Mogen we bescheiden zeggen dat Nederland Europees kampioen is op reanimatiegebied? Van Schuppen noemt het ARREST onderzoek, dat een grote prehospitale informatiebron vormt en beschrijft enkele digitale innovaties. Vanuit de meldkamer kan de meldkamercentralist live meekijken en instructies geven en er bestaan inmiddels AED’s die live feedback kunnen geven. HartslagNu is al een mooi voorbeeld van hoe burgers kunnen worden ingezet in de eerste (en belangrijkste) minuten van het reddingproces, maar er is nog huiswerk te doen. Er moet meer worden geïnvesteerd in BLS-scholing van burgers en door bedrijven en buurtgenoten in AED’s. Audit what you do, Sort the Basics, Then the Clever stuff. Met deze slimme ABC sluit Van Schuppen zijn presentatie af.

Veno-arteriële ECMO
Tijd om verder in te zoomen op Extra Corporele Membraan Oxygenatie (ECMO) in de reanimatieketen. ECMO is een machine dat de hart-longfunctie tijdelijk overneemt en kan worden ingezet tijdens Extracorporeal Cardiopulmonary Resuscitation (eCPR). Jesse de Metz, intensivist in het OLVG, legt uit hoe en waarom veno-arteriële ECMO wordt toegepast. Bij een patiënt met levensbedreigend long- en/of hartfalen wordt middels een externe pomp bloed via een grote vene afgevoerd naar een membraanoxygenator (kunstlong). Het bloed wordt geoxygeneerd en koolstofdioxide wordt verwijderd. Vervolgens wordt het bloed teruggevoerd naar de arterie. ECMO kan worden beschouwd als laatste redmiddel, maar de technische toepassing is gecompliceerd, heeft een laag volume en de financiële kosten van deze zorg zijn hoog. Het is daarom belangrijk om de ‘bridge to recovery’ strategie aan te houden. Hierbij staat voorop dat ECMO alleen is geïndiceerd bij patiënten die aan bepaalde inclusiecriteria voldoen en wanneer contra-indicaties zijn uitgesloten. De samenwerking in de regio biedt een veelkleurige toekomst, stelt De Metz, en benadrukt dit in zijn laatste dia met een tulpenveld. De take-home-message is kort maar krachtig: ‘cardiogene shock: ECMO-centrum’. 

Cardiogene shock: Impella, IABP en de toekomst
‘Het is pompen of verzuipen’ begint José Henriques, interventiecardioloog en hoogleraar in het Amsterdam UMC. Acuut hartinfarct en cardiogene shock treft jaarlijks 3000 slachtoffers en bepaalt 90% van de acuut myocardinfarct gerelateerde mortaliteit. De meest toegepaste vorm van behandeling bij acuut hartinfarct met cardiogene shock is de hartpomp die de tijdelijk verslechterde functie van het hart overbrugt. Ondersteund door hartfilmpjes legt Henriques de optimalisering en modernisering van de hartpomp uit door de jaren heen. Waar in 1965 de IABP nog als standaard mechanische ondersteuning werd gezien, is de focus inmiddels verschoven naar Impella, PHP en ECMO. Hoewel deze technieken extra-fysiologische voordelen hebben aangetoond, blijft de vraag: welk apparaat kan wanneer precies worden ingezet?

eCPR
Na de pauze laat Alexander Vlaar, intensivist in het Amsterdam UMC, cijfermatig zien hoe cruciaal de factor tijd is in een reanimatiesetting op straat. De kans op overleving is 25% en na 15 minuten daalt de kans op Return Of Spontaneous Circulation < 7.5%. Hoe langer de circulatiestilstand duurt, des te slechter de neurologische uitkomst en hoe lager de overlevingskans. Dit heeft te maken met drie klinische fases die de patiënt opeenvolgend kan doormaken: elektrisch, circulatoir en metabool. Zodra de patiënt in de metabole fase terechtkomt treedt (definitieve) cellulaire schade op. Herstel van de metabole fase is mogelijk door patiënten te behandelen met ECMO. Na de identificatie van een potentiele ECMO-kandidaat dient de ambulance zo snel mogelijk koers te zetten naar het ECMO-centrum (in regio Noord-Holland het Amsterdam UMC, locatie AMC en het OLVG), alwaar een speciaal getraind ECMO-team klaarstaat. Vlaar licht het klinisch zorgproces op de shockroom verder toe en sluit vervolgens af met de boodschap: denk aan eCPR bij elke witnessed reanimatie.

Scoop & Run voor ECMO
Victor Viersen, anesthesioloog en MMT-arts in het Amsterdam UMC, locatie AMC, neemt het publiek mee naar de praktijk van eCPR en stelt daarbij de vraag ‘wordt de prehospitale werkwijze anders met de komst van ECMO?’ centraal. Zijn presentatie maakt duidelijk dat de mogelijkheid van eCPR en ECMO wel degelijk taken en besluitvorming beïnvloeden. Er komen nieuwe aandachtspunten en overwegingen bij en de focus verschuift van stay&play naar scoop&run. Ten slotte vermeld Viersen dat bij twijfel of vragen altijd kan worden overlegd met de ECMO-intensivist.

Lessen van de INCEPTION-trial
Martje Suverein, arts-onderzoeker bij Maastricht UMC, vertelt over de INCEPTION trial, een onderzoek naar de vroege initiatie van ECMO bij een reanimatie buiten het ziekenhuis. Doel is om eCPR te vergelijken met conventionele reanimatietechniek en om de kosteneffectiviteit van ECMO in kaart te brengen. De studie zal naar verwachting in juli 2021 worden afgerond. 

Casuïstiek: A1 RAVU West
Het laatste gedeelte van de thema-avond staat in het teken van een patiënt die een hartstilstand heeft overleefd. Omstanders en medici hebben adequaat gehandeld en de patiënt is snel op transport gegaan naar het ECMO-centrum. Daar is hij behandeld met ECMO-therapie. Om het verhaal van de patiënt te delen met het publiek wordt een gesprek gevoerd tussen de behandelend cardioloog-intensivist (Wim Lagrand, Amsterdam UMC, locatie AMC) en de patiënt en dat maakt het einde van deze thema-avond des te meer bijzonder. 

Dat een reanimatie een stressvolle gebeurtenis is, behoeft geen betoog. De thema-avond bood het publiek inzicht in de reanimatieketen en introduceert een nieuwe benadering van reanimatie door de komst van ECMO. De zakkaart die het publiek wordt aangereikt helpt om zo vroeg mogelijk een potentiele ECMO-kandidaat te identificeren. Want tijd telt.

 

 

Deel deze pagina